Een column van Filantroop
De cabaretier Herman van Veen schijnt de PVV met de NSB vergeleken te hebben, als ik de dagbladen die daarover berichten geloven mag. In een persverklaring geeft de cabaretier het volgende weer:
Het is simpelweg fysiek niet mogelijk iedereen die dit vandaag zou willen, te woord te staan. Op een bijeenkomst in het Academiegebouw heb ik in Utrecht gesproken over de val van de Muur en met journaliste Marion Brasch die drie weken voor de val van de muur bij een persconferentie was in Oost Berlijn waarop ik vertelde daar op het toneel gestaan te hebben met de intentie de muur weg te zingen. Zij heeft dat willen publiceren en is daardoor in serieuze moeilijkheden gekomen met haar bazen en de partij. Tegen die achtergrond heb ik mijn zorg geuit over de oude totalitaire systemen en dat we ervoor moeten waken dat de structuur van politieke partijen op democratische afspraken berust. Dit met de bedoeling uiteen te zetten dat de PVV niet mag worden als de NSB. De geschiedenis van de één mag niet de toekomst van de ander worden. De PVV is mijns inziens geen politieke partij maar een vereniging, een beweging, waar één man het vooralsnog voor het zeggen heeft. Dat is niet democratisch. Vandaar mijn zorg. De aard van de duizenden reacties die ik op dit ogenblik krijg bevestigen mijn zorg.
Hopende u hiermee een antwoord te hebben gegeven teken ik met hoogachting,
Herman van Veen.
Herman van Veen heeft zich dus in de strijd tegen de PVV geworpen. Van cabaretiers die hun faam vooral danken aan de welwillende medewerking van de overwegend linkse omroepen zal dat geen verbazing wekken. Onsmakelijke grappen maken over Anne Frank of de clitoris van Ayaan Hirsi Ali gaan er bij de linkse mens in als Peijnenburg. De vrijheid van partijvorming is voor cabaretiers echter weer geheel andere koek.
Wat Herman van Veen over de PVV gezegd heeft zullen we waarschijnlijk nooit precies weten, want het Management Herman van Veen geeft vooralsnog de beelden van de speech waarin de cabaretier zijn mededeling deed niet vrij. Het blijft dus deels giswerk.
Maar het schijnt de cabaretier vooral te steken dat de PVV geen gewone ledenpartij is.
De vergelijking die de cabaretier tussen de PVV en NSB maakt gaat echter zo mank dat het gebruik van een paar krukken geen overbodige luxe is. In tegenstelling tot de PVV kon men namelijk juist wél lid worden van de NSB. Dientengevolge dat extremere stromingen binnen en buiten de NSB vat op de beweging kregen, en Anton Mussert zich steeds meer omgeven wist door meer op het antisemitisme terende krachten, en vooral door de annexionisten van het type Meindert Rost van Tonningen, die een samenvloeien met het Derde Rijk als heilig ideaal zagen. Anton Mussert en Cornelis van Geelkerken waren vergeleken met de geharde SS-lijn van Henk Feldmeijer en Meindert Rost van Tonningen, gematigd te noemen, en zagen hun politieke invloed tot symbolische proporties afnemen.
Het ledenaantal van de NSB slonk snel tot de Duitse bezetting het lidmaatschap hevig enthousiasmeerde en het weer liet stijgen tot circa 100 000 leden. Of dat de NSB er democratischer op gemaakt heeft, valt zeer te betwijfelen.
Dat een politieke partij geen leden heeft is in het partijstelsel zo uniek dat er juist geen vergelijkingen mogelijk zijn met partijen die streven naar een totalitaire staatsvorm. Zowel in communistische, fascistische en nationaalsocialistische landen was het lidmaatschap van de heersende partijen feitelijk noodzakelijk om carrière te kunnen maken.
Wie een hoog stamboeknummer van de NSB bezat en dus vroeg na de oprichting van de NSB (1931) lid geworden was, kon zich verheugen op een eervolle vermelding. De latere leden werden met argusogen bezien, en op verdenking van politiek opportunisme (Nederland was inmiddels bezet) gewantrouwd. Het zal daarom niemand verbazen dan Anton Mussert nummer 1 en Cornelis van Geelkerken nummer 2 als stamboeknummer op hun conduitestaat hadden staan. Meindert Rost van Tonningen had nummer 73000 als stamboeknummer.
Waaruit moge blijken dat het ledenaantal geen garantie voor het democratische gehalte van een partij is.
De veronderstelling dat Wilders alleenheerschappij voorstaat door van zijn partij geen ledenpartij te maken lijkt daarom meer ingegeven te zijn door zijn positie binnen het politieke spectrum, dan door historische overeenkomsten.
Tot nu toe hebben linkse denkers de overeenkomst tussen de PVV en de NSB vooral moeten putten uit de meeuw in het logo van de PVV. In dat geval valt de PVV net zo goed met de Arbeiders Jeugdcentrale (AJC) van de SDAP te vergelijken, want daar was men ook niet vies van meeuwen.
Een enkele extremismeonderzoeker (Jaap van Donselaar) heeft zelfs geprobeerd met het luttele woordje “eigene” de PVV in verdachte hoek te dirigeren.
Van antisemitisme kan men de PVV in geen geval betichten, want de enige echte erfgenaam van de NSB, de Nederlandse Volks-Unie maakt er geen geheim van Wilders een zionist te vinden, en blijkt een bloedhekel aan Joden te hebben. Wie de handel en wandel van de Nederlandse Volks-Unie in ogenschouw neemt ziet denkbeeldig de WA van de NSB voorbij marcheren.
Je kunt een kat niet met een wolf vergelijken.
Een Duitse herder komt er eerder voor in aanmerking, zodat je je in gemoede kunt afvragen waar Herman van Veen zijn politieke wijsheid vandaan sleept om de PVV met de NSB te vergelijken. Wat hij schijnheilig impliciet doet.
Toch doemen bij de bezorgdheid van Herman van Veen over het democratische gehalte van de PVV talloze vragen op. Zo hebben de oprichters van extreemlinkse partijen de hielen gelikt van moordende dictators. Die partijen groeiden uit tot proporties die bij de cabaretier nooit tot enige bezorgdheid hebben geleid. Zo had GroenLinks ooit 11 zetels in de Tweede Kamer.
De SP heeft er thans zelfs 25. Geen moment wekte de cabaretier de indruk dat het zweet hem van het kale hoofd droop.
Toch hebben exponenten van die partijen schaamteloos geheuld met dictators als Mao, Pol Pot en Enver Hoxha, of bezingen thans terreurorganisaties als Hezbollah en Hamas.
Misschien had Herman van Veen zich wat meer in de historie moeten verdiepen, want van de Nederlandse Volks-Unie kan men juist wél lid worden, maar de huidige leider, Constant Kusters, heeft de touwtjes van die partij strak in handen. Net zoals Jan Marijnissen de teugels van zijn SP strak wist te houden. Veertien jaar lang fractieleider van een partij zijn is namelijk in politiekhistorisch opzicht zeer uniek te noemen, en schept niet bepaald een democratisch gevoel.
Het is daarom zeer de vraag of Wilders van zijn PVV in navolging van de destijds over de DDR heersende Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED) een ledenpartij moet maken.
Maar wellicht dringt de vraag zich eerder op of Herman van Veen niet op de nazi-propagandist Max Blokzijl (stamboeknummer 56809 van de NSB) begint te lijken. Het kale hoofd en de methodiek geven hem in ieder geval niet het voordeel van de twijfel.
Laatste reacties